Voedselallergie bij kinderen

Voedselallergie bij kinderen

Sommige voedingsmiddelen of voedingsstoffen zijn allergeen, d.w.z. dat ze een allergische reactie kunnen uitlokken wanneer een kind met allergische aanleg ermee in contact komt. Dit kan verschillende milde tot ernstige reacties veroorzaken op de huid, in het spijsverteringskanaal en in de longen en in zeldzame gevallen kan dit zelfs leiden tot de dood. 6 à 8 % van alle kinderen heeft een voedselallergie.

Voor zuigelingen is koemelk het eerste (allergene) voedingsmiddel waarmee ze in aanraking komen. Vandaar dat koemelkallergie het meest wordt gezien bij zuigelingen. De meeste kinderen zijn voor hun 5de jaar over koemelkallergie heengegroeid.

Meer dan 30 procent van de ouders verdenkt hun kleintje van koemelkallergie, terwijl het ongeveer bij 2% tot 3% van de zuigelingen voorkomt. Heeft je baby na zijn flesvoeding steeds dezelfde klachten, komt er allergie in de directe familie voor, bespreek dit dan met de kinderarts.

Het is soms een hele zoektocht om uit te vissen waar je kind allergisch voor is. De valkuil hierbij is dat ouders steeds meer ‘verdachte’ voedingsmiddelen uit hun dagelijkse voeding halen, waardoor er voedingstekorten kunnen ontstaan. Tijdens het eerste levensjaar maken de baby’s veel infecties door die verdacht veel lijken op een allergische reactie. Zoek daarom altijd professionele hulp, zij kunnen de juiste diagnose stellen en bij een voedselallergie doorverwijzen naar een allergiediëtist.

Voedselallergie komt ook bij oudere kinderen en volwassenen voor. Het gaat dan eerder over bv. een noten-, fruit-, sesam-, pinda-allergie. Tellen we daarbij de aan hooikoorts gekoppelde kruisallergie, dan stijgt dat aantal tot 10% van de volwassen bevolking.

De aanleg om een allergie te ontwikkelen berust op de aanmaak van IgE, de antistof tegen het allergeen in het bloed. Deze IgE kan men meten tijdens een bloedonderzoek. Toch is IgE geen diagnose. Het vertelt iets over aanleg, niet of je ook echt ziek wordt. Het is maar een stukje van de puzzel. Naast het bloedonderzoek, huidtest, een grondige anamnese van zowel de ziektegeschiedenis als het voedingspatroon en de klachten, is de eliminatie/provocatietest (weglaten en weer aanbieden van het verdachte allergeen) de gouden standaard. Pas vanaf een jaar of 2,3 kan een bloedonderzoek gedaan worden om na te gaan waar je kind precies allergisch voor is. Huidproeven hebben geen zin bij kinderen onder de 4 jaar.

Niet de allergie is erfelijk, wel de aanleg om allergisch te reageren. Is een van beide ouders allergisch, dan heeft het kind 30% kans op allergie. Hebben beide ouders een allergie, dan verdubbelt die kans tot 60%. Soms slaat een allergie een generatie over. Zijn er dus andere gevallen van allergie in je familie bekend, dan moet je extra op je hoede zijn. Je kind heeft niet noodzakelijk dezelfde allergie als jij hebt. Als jij bv. Een pinda-allergie of hooikoorts hebt, kan je kind eczeem hebben en omgekeerd. Het lijkt er ook op dat moeders meer hun voedselallergie ‘doorgeven’ dan vaders. We zien ook vaker een voedselallergie bij het oudste kind.