Allergiediëtisten: gespecialiseerd in allergie, intolerantie, coeliakie en fodmap.
Allergisch voor schapenmelk, maar niet voor koemelk

Allergisch voor schapenmelk, maar niet voor koemelk


Bron Dr. A.O.J. van Thuijl, mw L.G.Øistad, T. W. de Vos, dr. H. de Groot                                   

Verschenen in: Nederlands tijdschrift voor Allergie en Astma. Editie 2017 nr3

De prevalentie van voedselallergie is 4-6% bij kinderen en 0,5-2% bij volwassenen. Bij kinderen is koemelkallergie de meest voorkomende voedselallergie. De meeste kinderen krijgen de eerste allergische reactie op koemelkeiwit in het eerste levensjaar.

Gelukkig groeien de meeste kinderen over hun koemelkallergie heen; op de leeftijd van 1 jaar heeft meer dan 70% tolerantie ontwikkelt voor koemelkeiwit. Een eerste allergische reactie tegen melk van een zoogdier kan ook later op de kinderleeftijd ontstaan.

Allergische reacties tegen schapenmelkeiwit zijn zeldzaam en worden voornamelijk beschreven als kruisreactie bij kinderen met koemelkallergie. Deze kruisreacties zijn het gevolg van de grote overeenkomst in melkeiwitten tussen verwante zoogdieren zoals koe, schaap en geit. Dat allergische reacties tegen schapenmelkeiwit ook voorkomen bij kinderen die koemelkeiwit kunnen verdragen wordt beschreven in volgende casus.

Een jongen die zijn hele leven koemelk kan verdragen krijgt op 10-jarige leeftijd een ernstige allergische reactie na het eten van schapenkaas. De reactie voor schapenmelkeiwit werd bevestigd met een huidtest. Deze was positief voor schapenkaas en onduidelijk voor geitenmelk. De jongen werd geadviseerd producten met schapen- en geitenmelk te mijden uit zijn voeding. De noodzaak van noodmedicatie werd uitgelegd en deze werd nogmaals gedemonstreerd door middel van een trainerpen.